Wie van buitenaf onze verrijkingsklas binnenloopt, ziet waarschijnlijk kinderen die vrolijk timmeren, knutselen en puzzelen. Maar daarachter schuilt iets groters. Elke week mag ik als orthopedagoog meemaken hoe kinderen zich moedig door hun eigen leerkuil heen worstelen.
Eerlijk is eerlijk: daardoor moet ik zelf ook regelmatig met de billen bloot. Want ja, onderin zo’n leerkuil zijn de stemmetjes in je hoofd zelden aardig. Ik deel met de klas wat die van mij zoal roepen: dat ik iets “nooit zal snappen”, of mezelf voor “sukkel” uitmaak als iets niet lukt. Als ik dat hardop zeg, ontstaat er meestal een gniffelende herkenning in de klas. Blijkbaar ben ik niet de enige met zo’n innerlijke criticus.
Juist daarom hebben we een nieuw ritueel: elke leerling neemt wekelijks een foutje mee naar de klas. Die verzamelen we in ons zelfgeknutselde brein, dat trots bovenop de kast staat. Daar bewaart ons foutengeheugen ze allemaal: grote en kleine fouten, slordige en slimme, pijnlijke en ronduit hilarische.
Of ik geniet van het aanwijzen van fouten? Natuurlijk niet. Maar ik geloof wél dat het helpt om te laten zien dat fouten maken erbij hoort. Meer dan dat zelfs: het is noodzakelijk. We maken samen bergen fouten en daar leren we van! Soms gniffelend, soms zuchtend en af en toe juichend: “Eureka!”
Juist door deze fouten (en de humor die we erbij inzetten) ontstaat er een sfeer waarin kinderen zich echt durven laten zien. Kwetsbaar, eerlijk en vooral: ondersteunend naar elkaar toe. Een veilige plek waar we werken aan persoonlijke leerdoelen die de kinderen zélf formuleren.
Wat voor doelen dat zijn… Dat vertel ik je graag:
Pieter bijvoorbeeld, die zich pijnlijk bewust is van de negatieve stem in zijn hoofd als iets niet lukt en die zo graag wil leren om liever voor zichzelf te zijn. Of Jordan, die thuis geen spelletje meer ‘gezellig’ kan spelen omdat hij slecht tegen zijn verlies kan en daar graag iets aan wil doen. En dan Mariam, die een serieus plan heeft bedacht om haar geduld te oefenen: haar vader moet een tijdje opgesloten in het toilet zitten, terwijl zij rustig voor de deur moet wachten zonder boos te worden. Wie verzint zoiets? Nou… zij dus. En ik had het niet beter gekund!
Het zijn de kleine gesprekjes, de creatieve oplossingen en de groei die ik mag volgen, die dit werk zo bijzonder maken. We spreken uit dat leren in stapjes gaat en ik zie hoe kinderen daar steeds meer in gaan geloven.
Soms betrap ik mezelf op een stille grinnik als ik een leerling een ander hoor corrigeren:
“Sarah, je kunt nog niet tekenen.”
En zo is het maar net.



