We kennen het allemaal; die ene leerling met wie de interactie moeiteloos en vanzelfsprekend is. En we kennen ook de leerlingen die, hoe goed we het ook bedoelen, sneller onze ‘rode knop’ lijken te vinden. Dat gevoel is geen teken van falen; het is een teken dat ons menselijke brein aan het werk is.
Om de duizenden micro-beslissingen van een schooldag te overleven, heeft ons brein een efficiënt besturingssysteem nodig. Het werkt met slimme shortcuts en categoriseert voortdurend informatie. Dit ‘hokjesdenken’, ook wel impliciete bias genoemd, is geen morele tekortkoming, maar een neurologische realiteit. Het helpt ons de complexe wereld te ordenen. Maar in de klas heeft deze efficiëntie een krachtig neveneffect.
Onze onbewuste voorkeuren beïnvloeden namelijk onze verwachtingen en die verwachtingen sijpelen door in alles wat we doen. Voor de leerling met wie we die klik voelen, creëren we onbewust een warme, veilige omgeving. We geven ze net wat vaker de beurt, lachen sneller om een grapje en interpreteren hun gedrag met meer welwillendheid. Voor hun brein betekent dit rust en veiligheid. De cognitieve belasting is laag, waardoor alle denkkracht naar het leren kan gaan. Dit is het pygmalion effect.
Maar voor de leerling zonder die klik, kan onbewust het tegenovergestelde gebeuren. Hun brein is dan niet alleen bezig met de lesstof, maar stelt zichzelf constant onbewuste vragen als: ‘Vindt de juf me wel aardig?’, ‘Hoor ik erbij?’ en ‘Krijg ik op mijn kop als ik een fout maak?’ Al deze sociale ruis zorgt voor een hoge cognitieve belasting, waardoor er simpelweg minder mentale bandbreedte overblijft om te leren.
Wat doen we met dit inzicht? De oplossing is niet om krampachtig te proberen elke leerling exact hetzelfde te behandelen. Dat is onmogelijk. De échte, duurzame oplossing ligt in een briljant eenvoudig principe: verander de omgeving, niet de mens.
Kijk eens naar de ingang van een school. Vaak zie je naast een trap een hellingbaan. Ooit ontworpen voor die ene leerling in een rolstoel, maar wie maakt er nog meer gebruik van? De ouder met de kinderwagen, de leverancier met een steekkar, de kleuter die nog wat wankel ter been is en de collega met een zware doos lesmateriaal. Een specifieke aanpassing voor een enkeling wordt een onbewuste verbetering voor velen.
De vraag is niet langer wie er een speciale aanpassing nodig heeft. De vraag wordt: “Welke ‘hellingbanen’ kan ik in mijn klas bouwen?”
Heeft die ene leerling baat bij een koptelefoon? Dan is er blijkbaar behoefte aan stilte. Maak er standaard groepsmateriaal van. Heeft die andere leerling een stappenplan nodig? Leg het als optioneel hulpmiddel op de instructietafel; je zal versteld staan wie het nog meer pakt.
Dit is waar reflectie over gaat in ontwerp. Door de behoeften van één leerling te vertalen naar een universele optie voor iedereen, haal je de angel uit je eigen onbewuste voorkeuren. De ‘klik’ wordt minder belangrijk, omdat de omgeving zélf het werk doet.
Dus als je aan de start van dit nieuwe schooljaar naar je groep kijkt, probeer dan eens voorbij de eerste indruk te kijken. Vraag jezelf niet alleen af wie je ziet, maar vooral: wat ga je bouwen? Welke hellingbanen leg jij dit jaar aan, zodat niet alleen jouw ‘mini-me’, maar elk kind moeiteloos jouw klaslokaal binnen kan komen en kan deelnemen?
Cognitive Load Theory (John Sweller)
Universal Design for Learning (UDL)
Rosenthal, R., & Jacobson, L. (1968). Pygmalion in the classroom: Teacher expectation and
pupils’ intellectual development. Holt, Rinehart & Winston.
Forscher, P. S., Mitchel, E. J., & Sherman, J. W. (2016). What is implicit bias? In B. K.
Schwartz & E. J. Vanman (Eds.), The Oxford Handbook of Social Cognition (pp. 581-602). Oxford University Press.
Mariëlle van Wijk
Onderwijsadviseur l Interim Schoolleider



