Als je aan het verbeteren van basisvaardigheden denkt, denk je misschien aan innovatieve methodes, gepersonaliseerde leerroutes en aan uitbreiding van de onderwijstijd. Maar de waarheid is eenvoudiger en krachtiger dan dat. De basis van elk succesvol leerproces ligt niet in de tools, maar in het didactisch handelen van de leerkracht. Juist door te investeren in de didactische basis van leraren, versterken we de fundamentele vaardigheden van leerlingen.
In deze blog duiken we in enkele van de bewezen principes van professor Barak Rosenshine. Zijn werk is gebaseerd op onderzoek naar effectieve leraren en cognitieve psychologie en laat zien dat de meest succesvolle leraren bepaalde technieken toepassen. Deze technieken versterken het leerproces en helpen leerlingen om nieuwe kennis en vaardigheden te verankeren in hun langetermijngeheugen.
5 van de 10 principes van Rosenshine
1. Presenteer nieuwe informatie in kleine stappen
Het menselijk werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit. Door te veel nieuwe informatie tegelijk aan te bieden, raakt het overbelast, wat het leerproces belemmert. Effectieve leraren presenteren nieuwe concepten in behapbare, logische stappen en zorgen dat elke stap volledig wordt begrepen voordat de volgende wordt geïntroduceerd.
Tip voor in de klas: leg een voorbeeld aan de hand van een stappenplan uit. Maak in het begin van de instructie dit stappenplan zichtbaar voor alle leerlingen. Na elke stap check je of iedereen de informatie heeft begrepen. Gebruik controlevragen als: “Welke stap hebben we nu gezet en waarom?” of “Wat is het verschil tussen stap 1 en stap 2?” Dit voorkomt dat je leerlingen halverwege de les al bent kwijtgeraakt. Probeer tijdens de instructie het stappenplan steeds meer af te dekken, zodat iedereen wordt gestimuleerd de stappen zelf te onthouden.
2. Stel veel vragen
Vragen stellen is niet alleen een manier om de kennis van leerlingen te controleren, het is een krachtig leermiddel. Door veel vragen te stellen, activeer je leerlingen, stimuleer je de verwerking van informatie en krijg je inzicht in hun begrip. Hierdoor kun je direct misconcepties aanpakken.
Tip voor in de klas: stel activerende vragen, geef leerlingen denk-tijd en geef willekeurige beurten. Gebruik verschillende vraagtechnieken, zoals meerkeuzevragen, open vragen en vragen die leerlingen uitdagen om hun antwoorden te beargumenteren. Wisbordjes en denken-delen-uitwisselen zijn manieren om alle leerlingen te activeren bij eenzelfde vraag of opdracht.
3. Bied gerichte ondersteuning
Scaffolding (steigers bouwen) betekent dat je leerlingen de juiste ondersteuning geeft om een complexe taak uit te voeren die ze anders nog niet zouden kunnen. Denk aan een stappenplan, een checklist, of voorbeeldopgaven die je samen met de klas doorloopt. Deze ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd naarmate de leerling de vaardigheid meer onder de knie krijgt.
Tip voor in de klas: zorg voor een duidelijke opbouw van zelfstandigheid in jouw instructie, waarbij je beetje bij beetje de leerlingen meer los laat. De instructie begint met een uitleg en voorbeeld van de leerkracht, waarbij je de leerlingen laat volgen wat je doet. Vervolgens maak je een opdracht samen met de leerlingen, bijvoorbeeld door om en om een stapje van de opdracht te maken. Zodra jij opmerkt dat de leerlingen meer zelfstandigheid aankunnen, laat je ze een opdracht in tweetallen uitvoeren, waarbij jij goed observeert hoe het gaat en direct feedback geeft op wat ze doen. De laatste fase van zelfstandigheid is: een opdracht alleen maken. Leerlingen die dit succesvol weten te doen, kun je zelfstandig aan het werk laten gaan.
4. Zorg voor veel oefening
Succeservaringen zijn essentieel voor het vertrouwen en de motivatie van een leerling. Leerlingen moeten voldoende gelegenheid krijgen om zelfstandig te oefenen, zodat ze een hoog succespercentage behalen. Dit versterkt het leerproces en bouwt hun zelfvertrouwen op. Daarnaast zorgt veel oefening voor verplaatsing van de stof naar het langetermijngeheugen waarmee het werkgeheugen wordt ontlast.
Tip voor in de klas: geef leerlingen na een instructie direct oefenmomenten. Dit kan een paar minuten zijn om zelfstandig een paar opgaven te maken. Loop rond, bied directe feedback en corrigeer misvattingen ter plekke. Dit zorgt ervoor dat leerlingen niet in hun eentje vastlopen en vergroot de kans op succes.
5. Dagelijkse herhaling en terughalen van informatie
Kennis blijft niet zomaar hangen. Nieuwe informatie moet regelmatig worden herhaald en opgefrist. Dit versterkt de verbindingen in de hersenen en zorgt ervoor dat de kennis gemakkelijker toegankelijk wordt. Rosenshine benadrukt het belang van het dagelijks, wekelijks en maandelijks kort herhalen van eerder behandelde stof.
Tip voor in de klas: begin je les niet direct met de nieuwe stof. Neem 5-10 minuten de tijd om de belangrijkste concepten van de vorige les te herhalen. Let op dat deze opfrissing wel past bij het nieuwe lesdoel. Dit kan met korte quizvragen, flashcards, een gezamenlijke mindmap of door leerlingen elkaar in duo’s de stof te laten uitleggen (zie ook het blog ‘De kracht van vergeten’).
Dit waren slechts 5 van de 10 instructieprincipes van Rosenshine. Alle 10 de principes vormen een wetenschappelijk onderbouwd kader voor effectief lesgeven. Benieuwd naar alle instructieprincipes en hoe je deze kunt integreren in het onderwijs op jullie school? Vakoverstijgend of juist specifiek bij rekenen en/of taal? Wij helpen graag! Neem vrijblijvend contact op om samen na te denken over waar jullie behoefte ligt.
Meer hulp nodig of zelf aan de slag?
Ga je liever direct zelf aan de slag, maar met ondersteuning van het juiste hulpmiddel? Kijk dan eens naar de Instructiewijzer of de Wijzer in Leren.
Wil jij echt leren hoe leren werkt? Dan is de Leergang Specialist Leren in het Onderwijs echt wat voor jou! Lees er hier meer over.



