Als onderwijsadviseur kom ik op veel verschillende plekken, maar een training geven aan een team van een basisschool voelt altijd speciaal. De energie is anders, de vragen zijn direct en de behoefte aan praktische, toepasbare kennis is groot. Recent mocht ik een teamtraining geven over ‘écht weten hoe leren werkt’, met daarin centraal het werkgeheugen; een cruciaal onderwerp voor iedereen die met kinderen werkt.
Het werkgeheugen is als een klein, mentaal klembord. Je kunt er slechts een beperkt aantal nieuwe stukjes informatie tegelijk op bewaren, gemiddeld zo’n drie tot vijf. Dit betekent dat als je meer dan vijf instructies geeft, de kans groot is dat de laatste instructies niet blijven hangen. Het is dan ook niet verrassend dat leerkrachten dit herkennen in de klas: “Ik heb het toch uitgelegd?” of “Dan moet je maar opletten.” hoor je vaak. Maar als ik ze dit dan even laat ervaren vanuit een voorbeeld, hoor ik het team gniffelen van herkenning: ‘We gaan zo rekenen, pak als ik uitgesproken ben je boek, ga naar hoofdstuk 5, blok 3, week 2 en dan mag je vast starten met taak 2. Taak 3 mag je overslaan. De kinderen in de stergroep…’ Voordat de rekenles begint, zit het werkgeheugen van de kinderen al vol.
Maar niet alleen met deze informatie zit het werkgeheugen vol. Sommige kinderen komen al met een vol hoofd op school. Wat als je met ruzie van huis bent gegaan? Wat als je zonder ontbijt naar school moet, omdat er geen geld voor brood was? Wat als je als jonge mantelzorger eerst nog voor een ouder moet zorgen? Wat als je konijn dood is gegaan? En dan vertelt de juf nog snel even welk hoofdstuk, blok, les, opdracht je moet gaan maken én wil ze nog uitleggen hoe je breuken met elkaar vermenigvuldigt. Op zo’n moment is de kans groot dat de leerling volledig afhaakt en ongewenst gedrag laat zien. Het gedrag wordt dan mogelijk gelabeld als een stoornis, maar komt feitelijk voort uit cognitieve overbelasting, oftewel een vol werkgeheugen.
Daarnaast zijn er enorm veel prikkels in het klaslokaal die het werkgeheugen belasten. Ik vraag de teams dan ook altijd om eens kritisch rond te kijken in de eigen klas. Wat zie je vanuit het oogpunt van een leerling? Is je klas opgeruimd en gestructureerd of zijn er veel dingen die onnodige prikkels veroorzaken? Wat ligt er allemaal op de kasten, op de tafels van de leerlingen, op je eigen bureau? Wat hangt er allemaal aan de muren? Ga eens achterin de klas zitten en kijk eens door de ogen van een leerling. Wat leidt je af en wat heb je echt nodig?
Deze opdracht laat ik letterlijk uitvoeren tijdens een teamtraining. Tijdens een recente bijeenkomst wilde ik de collega’s verzamelen om plenair weer verder te gaan. Wat schetste mijn verbazing? De leerkrachten van de onderbouw trof ik aan terwijl ze op handen en voeten door het lokaal kropen. Op de vraag wat ze aan het doen waren, kreeg ik als antwoord dat ze het lokaal aan het bekijken waren door de ogen van een 4 jarige. Super goed! Zo verplaatsen zij zich echt in de leerling.
Leren over hoe leren écht werkt, helpt je niet alleen in je leerkrachthandelen, maar maakt ook je klas een fijnere plek om te leren en ontwikkelen!
Benieuwd geworden naar hoe leren werkt?
Neem dan contact met ons op of kijk of de Leergang Specialist Leren in het Onderwijs iets voor jou is!



