Een nieuw jaar voelt vaak als een schone lei. We hebben frisse energie en mooie ambities, niet alleen voor onszelf, maar ook voor onze leerlingen. We gunnen ze een plek waar ze met plezier leren en groeien. Maar hoe zet je die goede intenties om in een aanpak die écht verschil maakt? Met deze drie stappen ga jij gericht aan de slag!
Stap 1: kies één aandachtspunt waar je aan wilt werken
Je hoeft niet alles tegelijk te veranderen. Kies één specifiek punt waar je beweging in wilt zien, bijvoorbeeld de werkhouding. Door te beginnen met een gerichte observatie, ontdek je welke factoren van invloed zijn.
Om met deze hulpvraag aan de slag te gaan, vul je een gedragsanalyse in (bijvoorbeeld het ABC-schema). Dit helpt je om specifiek gedrag beter te begrijpen. Je onderzoekt hoe gedrag in stand wordt gehouden door factoren te analyseren die het gedrag beïnvloeden. Aan de hand daarvan kun je een plan maken om het gedrag te veranderen.
Stap 2: interpreteer en bespreek je uitkomsten
Na de observatie neem je bewust de tijd om de gegevens te analyseren en interpreteren. Wat viel op? Welke patronen zie je terug? En geeft de observatie antwoord op de hulpvraag waarmee je begon?
Heb je de observatie uitgevoerd als IB’er of collega, dan vormt deze een waardevolle basis voor het gesprek met de leerkracht. Samen onderzoek je welke factoren bepaald gedrag uitlokken of versterken. Ging de observatie over een leerling, dan is het ook belangrijk om dit, passend bij de situatie, na te bespreken met de leerling en eventueel met ouders. De download bewustwordingsvragen kan hierbij helpen en is ook goed inzetbaar in gesprekken met collega’s.
💡 Tip: blijf hierbij vooral kijken naar wat wél werkt. De sterke kanten van de leerling, de leerkracht of de groep bieden vaak verrassend krachtige aanknopingspunten voor een interventie.
Stap 3: Bedenk een plan en voer het uit
Op basis van de hypothesen die je hebt opgesteld, bedenk je een interventie om het gedrag positief te beïnvloeden en voer je deze uit.
Een voorbeeld: de interactie tussen een leerling en de leerkracht verloopt stroef. De hypothese is dat de leerkracht vaak corrigerend reageert. Tijdens een observatie van complimenten en feedback blijkt dat de leerling 12 correcties en slechts 1 compliment ontvangt. In gesprek met de leerkracht bespreek je hoe een verhouding van 4 complimenten tegenover 1 correctie gerealiseerd kan worden. Na een week herhaal je de observatie en evalueer je samen: wat heeft deze aanpak opgeleverd voor de leerkracht? En wat merkte de leerling?
Wil jij ook meer zicht krijgen op gedrag in jouw klas? Ben je benieuwd welke observatiemethoden passen bij verschillende hulpvragen?
In de Wijzer in Observeren vind je gestructureerde stappen en praktische handvatten om direct aan de slag te gaan. Bestel de Wijzer in Observeren hier en ga direct aan de slag!



