panel

Hoogbegaafde leerlingen uitdagen

Hoogbegaafde leerlingen vind je op iedere school. Veel vragen over dit onderwerp gaan over: Hoe daag ik deze leerlingen nou uit? En vooral: hoe regel ik dat in mijn klassenorganisatie? In dit artikel lees je hoe je, door middel van kleine aanpassingen, deze kinderen toch beter kunt bedienen. Hoogbegaafde leerlingen beschikken over de volgende persoonlijkheidskenmerken:

  • Hoge intelligentie;
  • Motivatie (taakgerichtheid en volharding);
  • Creatief vermogen: denken en handelen.

Als één van deze factoren niet goed zichtbaar is, om welke reden dan ook (niet gezien worden, geen stimulerende omgeving, sociaal-emotionele problemen, onderpresteren), herkennen we de hoogbegaafdheid vaak niet. Als je weet of als je vermoedt dat een leerling hoogbegaafd is, dan is er één belangrijke onderwijsbehoefte waar je in ieder geval aan tegemoet kan komen: het stimuleren van het creatief denken! Hierdoor hoop je dat je de motivatie verhoogt en de leerling zijn potentieel beter kan benutten en kan laten zien. 

Wat is creatief denken?

Creatief denken gaat niet over knutselen en tekenen, maar over de mate waarop je op een vernieuwende manier tot een oplossing kan komen. Of hoe je bestaande ideeën origineel aan elkaar kunt koppelen.

Hoe stimuleer je het creatief denken?

Begin eens met het geven van een meer open vraagstelling of opdracht. We zijn geneigd een opdracht te geven waarbij een goed of een fout antwoord mogelijk is of waar een heleboel kaders aan vastzitten, zodat het creatief denken in de verdrukking komt. Door meer open vragen te stellen kom je tegemoet aan het divergente denken (meerdere opties bekijken en dan pas beslissingen maken), waardoor ze de mogelijkheid krijgen om ook echt ruimte te geven aan al die opties. Bekijk jouw opdrachten van de laatste weken eens kritisch en beoordeel voor jezelf hoeveel ruimte je hebt gegeven voor het creatieve denken.
Vuistregel: Als je meer vragen stelt, dan dat je vertelt (lees: “zenden”), zit je op de juiste weg!

“Your mind is like a parachute. It only works when it’s open” –  Frank Zappa

 

5 tips voor onder- en bovenbouw!

1 Samen dagdromen

Om echt creatief te kunnen denken moet je je geest daar ook even de ruimte voor geven. Een soort warming up, een leuk begin van de dag. Het associatieve proces waarlangs dat ‘creatief denken’ verloopt, heeft veel weg van dat van een droom: door alle beelden uit het verleden, heden en toekomst even langs te laten komen in je gedachten kan er wellicht iets heel nieuws ontstaan. Hoe doe je dat? Even samen de ogen sluiten, rustig ademhalen en vertellen wat er in je opkomt. Niet voorbereiden dus, durf je dat? Ik daag je uit! Het hoeft niet logisch te zijn, er hoeft geen volgorde in te zitten, gewoon benoemen wat er in je opkomt. “Vandaag stond ik op, de zon scheen op de vloer van de slaapkamer, ik keek ernaar en zag er een figuur in, het leek wel een beetje op een vogel, ik keek even uit het raam naar de lucht, ook daar zag ik figuren in de wolken, hebben jullie dat ook wel eens?” Zo ontstaat er misschien een gesprek en wellicht spontaan een leuke opdracht zoals: het maken van een wolkenverhaal (allemaal liggen op het schoolplein en naar de wolken kijken en noteren welke figuren je hebt gezien en daar in de klas een verhaaltje over schrijven/tekenen).

2 De cirkels

Nog een leuke creatieve warming up. Probeer binnen een paar minuten zoveel mogelijke dingen te tekenen van de cirkels die op het papier staan. Je kunt deze hier downloaden. Het stimuleert wederom het associatief denken. Eerst kom je uit bij de geijkte ideeën in je hoofd, maar omdat er meer cirkels zijn en er tijd over is, word je gedwongen verder te denken. Een cirkel kan namelijk van alles worden: een zon, een voetbal, maar ook een zwemband of een pizza. 

3 Verlies afbouwend de kaders

Geef de kinderen satéprikkertjes en vraag ze eerst een huisje te maken, dan een boom, dan een zon en als laatste: maak eens “blij” of “liefde”. Je gaat van concrete, makkelijke feitelijke figuren naar steeds lastigere vormen en abstractere onderwerpen wat kinderen verplicht om anders te denken en te handelen. Hier kun je vele leuke varianten op verzinnen.

4 Methodeles bijschaven

Pas een bestaande methodeles een beetje aan, zodat je van onthouden, begrijpen, toepassen meer gaat naar analyseren, evalueren of creëren (hogere orde denken, taxonomie van Bloom). Dat doe je door naar het lesdoel te kijken van die dag. Vaak zie je in de methode een beschrijving hoe je stap voor stap in een bepaalde volgorde de les aan kan bieden. Een aantal van jouw leerlingen kan wellicht wat stappen overslaan en daarnaast kan je er wat aan toevoegen. Een voorbeeld: Het lesdoel is klokkijken, hele en halve uren. Maak daarvan: Hoe laat is het op Curaçao als het in Japan 14.00 uur is? Op deze wijze zijn de kinderen wel bezig met klokkijken, maar meer op een analytische, onderzoeksgerichte manier.
Meer van dit soort voorbeelden vind je in de
e-learning: “Maak je les HO(T)D!”

5 Zet ze in je weekrooster

Het is een misvatting om te denken dat hoogbegaafde kinderen standaard zelfstandiger zijn dan andere leerlingen. Juist deze leerlingen worstelen vaak metdenksleutels planningsproblemen en/of faalangst. Door deze kinderen gedurende de week alleen op de gang te laten werken, heb je minder zicht op het proces waar de leerling doorheen gaat en kan je daar ook minder op afstemmen in je begeleiding. Plan daarom twee momenten van 10 à 15 minuten in de week in op je weekrooster om deze leerlingen instructie te geven, te polsen wat ze onderweg nodig hebben en om samen te evalueren. Kleuters kun je bedienen op standaard momenten in de week, in een kleine kring of een ander vorm, waardoor je ze bij je neemt en ze prikkelt tot creatiever denken (zie bovenstaande tips, maar denk ook aan de bekende “denksleutels”).

Heb je, naast nog meer lesvoorbeelden, behoefte aan wat meer informatie over het stimuleren van creatief denken bij hoogbegaafde leerlingen?
Kijk dan eens of de
e-learning “Maak je les HO(T)D!” iets is voor jou!

ZIEN in de Klas © 2021, Alle rechten voorbehouden
Webdesign: Simplefly